0900-333 2222 (10ct pm)

Op werkdagen van 9.00 - 17.00 uur

Nieuwe brochure voor mensen die leven met een suïcidale naaste

Nieuwe brochure voor mensen die leven met een suïcidale naaste

Als je naaste op enig moment over suïcide begint, ook al is het met de toevoeging ‘maar ik ga het niet doen hoor’, laat het je nooit meer los.

Op 11 december verscheen de nieuwe Ypsilonbrochure ‘Leven met een suïcidale naaste’. Een online brochure voor familieleden en naasten van iemand met gedachten aan zelfdoding.
Marjan ter Avest, directeur van MIND Platform Psychische Gezondheid en Koos de Boed, voorzitter werkgroep Suïcidepreventie van MIND, namen het eerste exemplaar virtueel in ontvangst uit handen van Ypsilonvoorzitter Tanja Tillemans.

Ieder jaar doen ongeveer 50.000 mensen in Nederland een poging tot zelfdoding. Mensen met ouders, partners, kinderen, broers, zussen, vrienden en collega’s. Deze naasten zien hun dierbare worstelen met het leven. En ze worstelen mee, leven met ongerustheid en angst, met zorgen en vragen.
De brochure zit vol ervaringen, informatie en tips over hoe je je suïcidale naaste kunt ondersteunen. Over het taboe en de schaamte die over zelfdoding bestaan. Maar vooral over hoe je als naaste op de been blijft en van wie je daarbij hulp kunt krijgen.

MIND Ypsilon is er voor naasten van mensen die psychosegevoelig zijn. Bij psychosegevoelige mensen komt zelfdoding en de gedachte daaraan veel voor.
De inhoud van de brochure is gebaseerd op de ervaringen, dilemma’s, gevoelens en behoeften van Ypsilonleden, voorgelegd aan experts (de werkgroep suïcidepreventie van MIND) en aan naasten die te maken hebben gehad met suïcidepogingen in hun directe omgeving. De brochure is gemaakt in samenwerking met MIND, 113 zelfmoordpreventie, Suïcide Preventie Centrum, Stichting Herstelproces, stichting Aurora, stichting Zelfbeschadiging en Plusminus.

Al in 1996 gaf Ypsilon een brochure voor naasten uit over het risico op zelfdoding. Er is nu, met name sinds de komst van 113 Zelfmoordpreventie, meer aandacht voor zelfdoding, maar nog steeds nauwelijks voor naasten. En gaat het al over naasten, dan in de rol van voorkómer van de suïcide. Over wat het voor die naaste zelf betekent en wat hij of zij nodig heeft gaat deze brochure.

De brochure is gratis te downloaden www.ypsilon.org/leven-met-een-suicidale-naaste.

De brochure is tot stand gekomen met hulp van door ZonMw en de stichting Vrienden van Ypsilon.

Vacature familievertrouwenspersoon Amsterdam

Vacature familievertrouwenspersoon Amsterdam

Tegenwoordig lees en hoor je veel over de belangrijke positie die familie inneemt bij het herstel van patiënten met psychische problemen. Er is veel te doen over de behandeling en begeleiding van mensen met ernstige psychische aandoeningen. Ook is er een nieuwe wet gekomen waarmee mensen verplicht kunnen worden behandeld met een crisismaatregel of zorgmachtiging. De “verwarde man of vrouw op straat” staat in de schijnwerpers.

Dit schrikt jou niet af. Sterker nog; dát is een van de redenen waarom jij je graag wil inzetten voor familie en naasten van patiënten met ggz problematiek. Als familievertrouwenspersoon ben je er voor naasten van mensen die in behandeling zijn bij een ggz instelling, en voor naasten van mensen met psychische problemen bij wie (mogelijk) sprake is van verplichte zorg.
Het geeft je energie om naasten te ondersteunen in de zoektocht naar de beste begeleiding en/ of behandeling. Het geeft je voldoening als je hen een stuk op weg mag helpen.

Ben jij de professional die we zoeken?

  • Je  hebt HBO werk- en denkniveau met een professionele achtergrond binnen de ggz als verpleegkundige, behandelaar of maatschappelijk werker in de ggz.
  • Je bent iemand die makkelijk contacten legt en vertrouwen uitstraalt. Je bent iemand die goed kan luisteren, die herstel organiseert in de triade door middel van herstelgesprekken.
  • Je beweegt je comfortabel op de werkvloer van de ggz instelling en gaat de gesprekken aan met behandelaren, managers en de geneesheer-directeur.
  • Je vind het leuk om een ambassadeur te zijn voor je functie en te helpen aan het vergroten van de bekendheid van het familievertrouwenswerk.
  • Je kunt goed je eigen werk organiseren en verantwoorden.
  • Je bent minimaal voor 32 uur per week beschikbaar (maximaal 36 uur) voor de uitvoering van de werkzaamheden.
  • Je woont in (de buurt van) Amsterdam.
  • Je bent in het bezit van een rijbewijs en auto. 

Wat bieden wij je?

  • Betekenisvol werk.
  • Een zinvolle bijdrage aan onze organisatie en binnen het team. We bieden je de mogelijkheid om mee te denken over de verdere ontwikkeling van onze dienstverlening.
  • Aandacht voor jou, je ontwikkeling en groei, onder andere door een passend scholingsaanbod.
  • Arbeidsvoorwaarden en een salaris conform schaal 55 cao ggz.
  • Een contract voor de duur van een jaar met uitzicht op een overeenkomst voor onbepaalde tijd bij gebleken geschiktheid en ongewijzigde bedrijfsomstandigheden.
Reageren?   Stuur je motivatiebrief en CV uiterlijk 15 januari 2021 naar Nathalie Koeman: n.koeman@familievertrouwenspersonen.nl     Heb je vragen? Neem contact op met 06 15 41 45 78
Manifest mentaal gezonde generatie

Manifest mentaal gezonde generatie

November 2020

Maar liefst 1 op de 7 Nederlandse jongeren ervaart depressieve klachten. Deze gaan vaak gepaard met paniekaanvallen, slaapproblemen en mindere (school)prestaties. Dit blijkt uit onderzoek van het Amsterdam UMC dat in opdracht van twintig gezondheidsfondsen is uitgevoerd. Om psychisch leed een halt toe te roepen en Nederlandse jongeren te helpen om mentaal gezond te zijn, starten MIND en de Hersenstichting de Alliantie voor een Mentaal Gezonde Generatie. Het doel: ervoor zorgen dat we de mentaal gezondste jeugd hebben in 2040. Als eerste wapenfeit overhandigt de Alliantie op 17 november, mede namens Nederlandse jongeren, een manifest aan de Tweede Kamer. Hierin wordt de politiek opgeroepen om tot een Preventieakkoord Mentale Gezondheid te komen.

Het onderzoek van het Amsterdam UMC is uitgevoerd onder een zeer diverse groep van ruim 2.100 jongeren in de leeftijd van 15 tot en met 25 jaar. Romy Migo, jongerencoördinator van de Gezonde Generatie: “Ik merk ook elke dag weer hoeveel jongeren worstelen met de prestatiesamenleving waarin ze opgroeien en de stress die ze door druk op school ervaren.” Marjan ter Avest, directeur van MIND, vult aan: “Wij maken ons zorgen over het gebrek aan aandacht voor de mentale gezondheid van onze jongeren en het stigma dat rust op psychische klachten. Daarbij komt dat de hulp op het gebied van geestelijke gezondheid voor deze groep onvoldoende is: de wachtlijsten in de jeugd-ggz zijn veel te lang.” Merel Heimens Visser, directeur van de Hersenstichting: “We willen niet aan de zijlijn blijven staan en het probleem groter en groter laten worden. Jongeren mogen hier niet de dupe van worden. Daarnaast zijn ook de stijgende zorgkosten een probleem. Het RIVM verwacht namelijk dat in 2040 psychische stoornissen de meeste ziektelast veroorzaken.”

Op weg naar een mentaal gezonde generatie samen met jongeren, onderwijs en politiek

MIND en de Hersenstichting slaan samen met Nederlandse jongeren de handen ineen om een mentaal gezonde generatie te realiseren. Deze Alliantie voor een Mentaal Gezonde Generatie werkt daarbij samen met Trimbos-instituut en UNICEF Nederland. De Alliantie wil het stigma rondom psychische problemen doorbreken, jongeren weerbaarder maken en jongeren die psychische klachten hebben de juiste zorg bieden. Om dat te bereiken richt de Alliantie zich op de jongeren zelf én op het onderwijs en de politiek.

“We voeren de komende tijd projecten uit, doen onderzoek en ontwikkelen campagnes voor én door jongeren.” zegt Ter Avest. “We werken nu bijvoorbeeld aan handvatten om leraren te helpen om de sociaal-emotionele vaardigheden van hun leerlingen te versterken. Ook starten we in december een campagne waarin verschillende jongeren samen met een artiest een liedje over hun psychische klachten maken.” Heimens Visser: “We vragen het nieuwe kabinet om hun verantwoordelijkheid te nemen en een Preventieakkoord Mentale Gezondheid op te nemen in het regeerakkoord. Onderzoek, taboedoorbrekende campagnes en nieuwe, schaalbare aanpakken zijn essentieel om het probleem écht aan te pakken.”

Groot stigma

Jongeren vinden het moeilijk open te zijn over hun mentale gezondheid. Dit komt door het stigma dat er heerst op psychische problematiek. Zo blijkt uit het onderzoek van het Amsterdam UMC dat maar liefst 34% van de jongeren vaak onterecht denkt dat mensen met psychische problemen een gevaar zijn voor de samenleving. “Het is vooral de onbekendheid die zorgt voor misvattingen en onterecht oordeel.”, aldus hoofdonderzoeker Hamza Yousuf. Uit het onderzoek blijkt ook dat bij jongeren met een migratieachtergrond en jongeren uit de LHBTI-gemeenschap, in vergelijking met andere jongeren, een sterkere overtuiging leeft dat de omgeving negatief bijdraagt aan de psychische gezondheid van jongeren. “Met de resultaten van dit onderzoek krijgt de Alliantie veel meer inzicht in de doelgroepen en het stigma dat leeft. Met deze kennis kunnen de activiteiten veel specifieker worden gemaakt. Dit vergroot de positieve impact.” Het volledige onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd.

Onderdeel van de Gezonde Generatie

De Alliantie voor een Mentaal Gezonde Generatie is onderdeel van het brede Gezonde Generatie-programma. De Gezonde Generatie is een initiatief van twintig gezondheidsfondsen die samen investeren in de gezondheid van toekomstige generaties. Het doel is dat de Nederlandse jeugd in 2040 de gezondste van de wereld is, fysiek, sociaal en mentaal.

Op naasteninkracht.nl nu nog meer informatie

Op naasteninkracht.nl nu nog meer informatie

De website van Naasten in Kracht is uitgebreid met nóg meer onderwerpen. Kijk op www.naasteninkracht.nl en vind informatie en tips over wat je kunt doen en wie jou kan helpen. Op gebied van wonen, begeleiding of financiën.

Ik gun mijn dochter een prettige woning…Dat zou ook mij rust geven.

Het huis van mijn moeder is zo’n chaos. Ik wil haar graag helpen, maar dat wordt altijd ruzie…

Maar ook als het gaat om grenzen stellen, overbelasting herkennen, je netwerk uitbreiden en communiceren met je naaste kun je bij www.naasteninkracht.nl terecht.

Naasten in Kracht is er voor partners, kinderen, ouders, broers, zussen en goede vrienden van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ervaringsverhalen vormen het hart van www.naasteninkracht.nl en geven naasten informatie, tips, inspiratie, troost en steun. Vooral van elkaar.

Naasten in Kracht is een samenwerkingsproject van de ADF Stichting, Caleidoscoop, Depressie Vereniging, Impuls en Woortblind, MIND Familie- en Naastenraden, Labyrint-In Perspectief, Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen, NVA, Plusminus, Stichting Borderline, Stichting Naast, Stichting Zelfbeschadiging, Stichting Het Zwarte Gat en MIND Ypsilon.

Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag

Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag

Staatssecretaris Blokhuis heeft gisteren tijdens een digitale bijeenkomst bij het regionale meldpunt van de GGD Flevoland het nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag gelanceerd, gratis bereikbaar op 0800-1205. Via het meldpunt kunnen mensen die zich zorgen maken over een naaste of iemand in de omgeving in contact komen met zorgverleners in de buurt. Daarmee kan een melding bij het meldnummer het begin zijn van hulp waar behoefte aan is. Het gaat over niet-acute zaken: bij acute crisis of gevaar is zoals gebruikelijk het nummer 112 beschikbaar, of de lokale crisisdienst van de ggz.

Partijen zoals MIND Korrelatie, GGD GHOR Nederland, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, politie,  ervaringsdeskundigen en regionale meldpunten hebben een bijdrage geleverd aan de totstandkoming. Staatssecretaris Blokhuis is blij met het meldpunt: “Mensen die zich zorgen maken over het gedrag van iemand anders, bijvoorbeeld een naaste of een buurman, kunnen dit meldpunt bellen. Denk bijvoorbeeld aan mensen die verward of zorgwekkend gedrag vertonen, niet (meer) voor zichzelf kunnen zorgen, in een vervuild huis wonen en/of veel problemen hebben en dreigen af te glijden.

Het kan gaan om een oudere overbuurman die steeds vaker met blote voeten op straat loopt en al een paar keer de sleutels van de voordeur blijkt te zijn vergeten: misschien is hij dement aan het worden. Of denk aan iemand die door oplopende schulden enorm in de problemen komt, depressief raakt en dakloos dreigt te worden. Om maar een paar schrijnende voorbeelden te noemen. Vaak gaat het om personen die door een stapeling van problemen zoals schulden, psychische problemen en/of het verlies van dierbaren de grip op hun leven (dreigen te) verliezen.”

Rol van het landelijk meldpunt

Het meldpunt is een vervolg op het advies van het toenmalige ‘schakelteam verward gedrag’ onder voorzitterschap van Onno Hoes. Naasten of omwonenden weten vaak niet waar ze met hun zorgen over mensen met verward of zorgwekkend gedrag terecht kunnen. Regionale en lokale hulpnummers zijn immers niet altijd even bekend. Eén gratis landelijk nummer, dat naar die nummers doorschakelt, kan daarvoor de oplossing bieden.

Overigens wijst de staatssecretaris erop dat het meldpunt niet in de plaats komt van andere mogelijkheden om met dit soort situaties om te gaan: “Het meldpunt biedt een extra mogelijkheid om je zorgen te uiten en advies in te winnen. Afhankelijk van de situatie kun je verschillende dingen doen. Het is mooi als mensen ook zelf proberen contact te maken met de mensen in de buurt waar ze zich zorgen over maken, of met naasten van diegenen, of zelf een buurtregisseur of wijkteam benaderen. Het is zeker niet de bedoeling dat persoonlijk contact met buurtbewoners voor alle situaties wordt vervangen door een telefoontje met het meldpunt.”

Melding begin van een hulptraject

Het meldpunt is een landelijk doorschakelnummer, dat bellers doorverbindt met het lokale meldpunt in de wijk, stad of regio. Meldingen worden op lokaal niveau opgepakt: het kan gaan om bijvoorbeeld het geven van advies en indien mogelijk om het regelen van hulp voor degene over wie de melding wordt gedaan. Zo kan een melding van verward gedrag het begin zijn van een hoognodig hulptraject. Bijkomend effect dat verwacht wordt, is dat de politie minder vaak in actie hoeft te komen, omdat de lokale hulpverlening toegankelijker wordt. Dit is niet alleen fijn voor de politie, maar ook voor de hulpbehoevenden.

Groep personen met zorgwekkend gedrag is divers

De groep mensen die verward of zorgwekkend gedrag vertonen is divers. Het kan gaan om personen met een (licht) verstandelijke beperking, dementie, een psychische aandoening, of levensproblemen zoals schulden en/of verlies van dierbaren. Het gaat om problemen waardoor mensen de grip op het leven (dreigen) te verliezen. Deze mensen kunnen daarom zorg of ondersteuning nodig hebben, maar kunnen deze niet altijd zelf opzoeken. Juist daarom is het goed als mensen meer naar elkaar omkijken, en vanuit die zorg voor een ander een melding doen.

Dekking netwerk

De meeste gemeenten (ruim 90%) zijn inmiddels via een regionaal of lokaal meldpunt aangesloten op het landelijk meldpunt. Het ministerie is met de 24 gemeenten die nog niet zijn aangesloten in gesprek om dit zo snel mogelijk te regelen, en ondersteunt hen hierbij waar nodig.

Bereikbaarheid lokale en regionale meldpunten

De meeste meldpunten zijn bereikbaar tijdens kantooruren. Belt iemand met zorgen na de openingstijden van een meldpunt, dan kan de beller op werkdagen tot 21:00 uur worden doorverbonden met MIND Korrelatie. MIND Korrelatie biedt een adviesgesprek aan waarin bellers informatie krijgen over welke stappen zij zelf kunnen ondernemen en waar ze hulp kunnen krijgen als ze dat graag willen. De beller kan er vaak ook voor kiezen om bij het meldpunt een voicemailbericht in te spreken, waarna hij of zij tijdens de openingstijden van het betreffende meldpunt wordt teruggebeld. Dat is afdoende, omdat het niet om acute hulpvragen gaat: daarvoor is het nummer 112 bedoeld.

www.meldpuntzorgwekkendgedrag.nl

Tegelijk met het landelijke meldpunt is ook de bijbehorende website www.meldpuntzorgwekkendgedrag.nl gelanceerd, met bijvoorbeeld ervaringsverhalen van mensen die ook een melding hebben gedaan en degenen die de telefoon bij een meldpunt aannemen. Ook zijn adviezen te vinden over manieren hoe het beste om te gaan met verschillende typen zorgwekkend gedrag.

Versie 8 richtlijn GGZ online

Versie 8 richtlijn GGZ online

Versie 8 van de richtlijn GGZ en corona gepubliceerd 

Akwa GGZ, 28 oktober 2020

De geestelijke gezondheidszorg heeft op 28 oktober een geactualiseerde versie van de richtlijn GGZ en corona uitgebracht (versie 8).  De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op ventilatie, mondkapjes en thuiswerken. Alle wijzigingen lees je  in de richtlijn op GGZ standaarden bij Versiebeheer, en in dit artikel.

4 aanbevelingen voor goede ventilatie

In de paragraaf De wachtruimte en de spreekkamer vind je vier aanbevelingen voor het ventileren van ruimtes:

  1. Vermijd het ontstaan van directe sterke luchtstromen die van de ene naar de andere persoon leiden, bijvoorbeeld door zwenkventilatoren of aircosystemen. Gebruik ventilatoren en airco’s alleen indien de ruimte te warm wordt en mogelijk gezondheidsklachten kunnen ontstaan. Probeer dan zo veel mogelijk een luchtstroom van persoon naar persoon te vermijden.
  2. Recirculatie binnen een ruimte wordt niet specifiek afgeraden. Wel moet bij recirculatie in een gemeenschappelijke ruimte voldoende ventilatie plaatsvinden, minimaal volgens de eisen genoemd in het Bouwbesluit. Dus er dient via een ventilatievoorziening voldoende verse lucht van buiten naar binnen worden gebracht. Recirculeren (zonder voldoende luchtverversing) is geen vervanging voor ventileren.
  3. Lucht zo mogelijk na bijeenkomsten door ramen open te zetten. Zorg dan dat er geen mensen in de ruimte zijn waardoor sterke luchtstromen kunnen ontstaan tussen personen.
  4. Zorg dat ventilatiesystemen goed zijn onderhouden/gereinigd en voldoen aan het bouwbesluit.

Mondkapjes in de ggz

In de paragraaf Voorkomen van besmetting is in de inleiding explicieter gemaakt dat de hulpverlener een mondneusmasker gebruikt bij zorg binnen 1,5 meter, of in situaties die hij/zij als risicovol inschat.

In deze vernieuwde versie van de richtlijn zijn alle aanbevelingen voor gebruik van mondmaskers in lijn gebracht met de aanbevelingen van de Rijksoverheid en WHO. In deze richtlijn vind je nadere uitwerking voor de ggz voor wat betreft gebruik van mondmaskers:

In de aanbevelingen is opgenomen dat de professional in de genoemde situaties het type chirurgisch mondmasker II R gebruikt. Het alternatieve type FFP1 is geschrapt uit de richtlijn.

Thuiswerken: niet voor medewerkers in de zorg

Het kabinet roept iedereen op om zoveel mogelijk thuis te werken. Die oproep geldt echter niet voor professionals in de zorg. Werk je in de ggz, dan heb je een cruciaal beroep. Dit betekent dat een (groeps)behandeling face-to-face kan plaats vinden. Uiteraard neemt iedereen daarbij de RIVM-richtlijnen in acht, en kan het alleen als de veiligheid van medewerkers en patiënten voldoende is gewaarborgd. Zo kunnen we zoveel mogelijk de reguliere zorg, binnen alle geldende kaders en richtlijnen, voortzetten. Hier lees je meer over in de inleiding bij de richtlijnNB: de richtlijn is op dit punt niet aangepast.

In het corona-dossier van het Nederlands Jeugdinstituut vind je nog meer informatie en afwegingen bij face-to-facecontacten met kinderen, jongeren en hun ouders.

Blijf op de hoogte van wijzigingen in de richtlijn

De richtlijn GGZ en corona wordt vernieuwd bij wijzigingen in het kabinetsbeleid, RIVM-beleid of andere relevante ontwikkelingen. Wil je altijd op de hoogte zijn van de meest recente versie? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief van Akwa GGZ. Deze verschijnt elke twee weken, èn bij iedere herziening van de richtlijn GGZ en corona. Je leest in de nieuwsbrief ook meer over ontwikkelingen bij de kwaliteitsstandaarden, meetinstrumenten, en over leren en evalueren in de ggz.

Wij werken vanuit huis

Wij werken vanuit huis

Vanaf 30 september werken wij vanuit huis. Wij zijn telefonisch en per e-mail bereikbaar. Face-to-face afspraken worden waar mogelijk vervangen door beeldbel-afspraken.

Reactie LSFVP op Internetconsultatie Wmo woonplaatsbeginsel beschermd wonen

Reactie LSFVP op Internetconsultatie Wmo woonplaatsbeginsel beschermd wonen

Op dit moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen voor mensen die zich bij een gemeente melden. Er zijn thans gemeenten met veel, maar ook met weinig voorzieningen voor beschermd wonen. Het beleid is erop gericht dat alle gemeenten zorgen voor lokale voorzieningen voor haar inwoners en voor preventie. Om dat te bereiken regelt dit wetsvoorstel dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de verstrekking van beschermd wonen voor de eigen inwoners (woonplaatsbeginsel).

Verwachte effecten van de regeling voor de doelgroepen

Cliënten
Cliënten die behoefte hebben aan beschermd wonen wenden zich voortaan tot de gemeente waar zij hun woonplaats hebben, die verantwoordelijk is voor een passende voorziening. Door de verwachte toename van lokale voorzieningen heeft de cliënt meer keuzemogelijkheden, met name in de vertrouwde omgeving. Indirect effect is dat er voor alle gemeenten meer prikkels zijn om te zorgen voor passende woonruimte en ambulante begeleiding nadat cliënten uitstromen uit beschermd wonen.
Aanbieders
Gemeenten zullen naar verwachting aan aanbieders vragen om een geleidelijke transformatie van het zorglandschap met meer lokale en ook meer ambulante voorzieningen.
Gemeenten
De verantwoordelijkheid van gemeente voor beschermd wonen verandert: thans zijn ze verantwoordelijk voor de cliënten die zich bij de gemeente melden, na invoering van het wetsvoorstel voor de eigen inwoners van de gemeente. Gemeenten blijven de beleidsvrijheid houden om individueel of gezamenlijk in regioverband in te kopen

Reactie LSFVP

Met dit wetsvoorstel wordt de gemeente waar iemand woont verantwoordelijk voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen. Een aantal uitzonderingen wordt in de wet genoemd. Daaronder valt ook de cliënt die al in een instelling in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg verbleef en zijn woonadres naar die instelling had gewijzigd. Voor hem geldt dat hij een melding voor behoefte aan beschermd bij zijn ‘oude’ woonplaats kan doen. Die gemeente is verantwoordelijk voor de verstrekking van de voorziening.

Een positief gevolg van dit wetsvoorstel lijkt te zijn dat de zorg dichterbij de cliënt georganiseerd kan worden. De mogelijkheid om als familie en sociaal netwerk van de cliënt betrokken te zijn en te blijven bij de cliënt, wordt hiermee – in lijn met de doelstelling van de Wmo – versterkt. Al langere tijd is bekend dat het sociale netwerk, waaronder de familie, een belangrijke rol speelt in het herstel van de cliënt. Om die reden is een speciale plek voor de familie(vertrouwenspersoon) ingeruimd in de Wet verplichte ggz. De Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen (LSFVP) kan zich dan ook vinden in dit wetsvoorstel. Wel heeft de LSFVP enige twijfel bij de uitvoering van de wet. De vraag is of de wens van een cliënt om in zijn eigen woonplaats beschermd te kunnen wonen, altijd kan worden gehonoreerd. En of daarmee altijd de beste zorg wordt geleverd. De LSFVP pleit er in ieder geval voor dat de gemeente samen met de cliënt bekijkt hoe zijn sociale netwerk het beste kan worden betrokken.

Herziening generieke module Naasten in de ggz : vul de enquête in

Herziening generieke module Naasten in de ggz : vul de enquête in

Akwa GGZ, 30 juli 2020

Door de snelle ontwikkelingen op het gebied van werken met naasten in de ggz, is de generieke module ‘Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek’ op GGZ Standaarden alweer toe aan herziening. De module wordt dit najaar geactualiseerd. Iedereen die ideeën of ervaring heeft met het samenwerken en ondersteunen van naasten, kan bijdragen door het invullen van een korte enquête. Ook patiënten en naasten zelf worden opgeroepen te reageren.

Belangrijke rol

Bert Stavenuiter, directeur van MIND Ypsilon, is beoogd voorzitter van de werkgroep die de herziening ter hand gaat nemen. Een belangrijke reden om de standaard te herzien is volgens hem de Wet verplichte ggz (Wvggz) die op 1 januari van kracht werd. “Die heeft de familie en naasten een veel belangrijkere rol gegeven. Maar daarnaast zou ik ook meer aansluiting willen zoeken bij het sociale domein, waar ook veel mooie initiatieven en ontwikkelingen op dit gebied zijn. Op dit moment is de module nog erg in ggz-taal geschreven. Ik ga de werkgroep uitdagen om hier een slag in te maken.”

Enquête

Samenwerken en ondersteunen van naasten zou wat Stavenuiter betreft de praktijk van alledag moeten zijn. “Vanuit Ypsilon weet ik maar al te goed dat je psychoses kunt vermijden of verkorten door de naasten goed toe te rusten. Maar familieleden en naasten zijn meer dan een hulpstuk, ze hebben ook zélf behoefte aan ondersteuning”, licht hij toe. “Laten we samen de uitdaging aangaan om meer verbinding te krijgen tussen alle kwaliteitsstandaarden als het gaat om samenwerken en ondersteunen van naasten. Daarom vraag ik iedereen die affiniteit heeft met dit onderwerp om de enquête in te vullen. De uitkomsten nemen wij mee in de herziening van de generieke module, want alleen zo doen we samen steeds beter.”