0900-333 2222 (10ct pm)

Op werkdagen van 9.00 - 17.00 uur

Plus- en minpunten Wvggz 2020

Plus- en minpunten Wvggz 2020

Sinds 1 januari 2020 is de Wet verplichte ggz (Wvggz) van kracht.
De invoering van deze wet levert in de praktijk zowel verbeteringen als knelpunten op.

Verbeteringen

Meer aandacht voor naasten

Binnen de Wvggz hebben familie en naasten een wettelijk recht op ondersteuning van een familievertrouwenspersoon gekregen. Het betrekken van familie en naasten bij de zorgmachtiging (ZM) en de crisismaatregel (CM) is een streefnorm van de wet. Daarbij kan gedacht worden aan het ondersteunen van de patiënt door naasten bij het opstellen van een eigen plan van aanpak. Hiermee houdt de patiënt meer de eigen regie en kan maatwerk worden toegepast en gedwongen zorg worden voorkomen. Naasten krijgen ook de gelegenheid om hun zienswijze op het zorgplan kenbaar te maken. Een kanttekening is wel dat naasten in onze praktijk vaak nog onvoldoende op de hoogte zijn van de manier waarop zij het recht om betrokken te worden precies kunnen invullen. Men weet vaak niet dat men wettelijk recht heeft op inbreng bij bijvoorbeeld een zorgafstemmingsoverleg of het opstellen van het eigen plan van aanpak.

Ook ondersteuning voor naasten van forensische patiënten

Artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) zorgt ervoor dat de forensische patiënt een ‘gewone’ zorgmachtiging op grond van de Wvggz kan krijgen. Daarbij heeft de patiënt toegang tot de patiëntenvertrouwenspersonen en de naasten tot de familievertrouwenspersoon.

Knelpunten

Hieronder de door ons geconstateerde knelpunten. We hebben deze ingebracht als aandachtspunten bij de evaluatie van de Wvggz en daarmee samenhangende wetten door het Trimbos Instituut.

Langdurig en onduidelijk proces zorgmachtiging

In de praktijk duurt het soms 12-16 weken voordat een zorgmachtiging wordt afgegeven. Daarbij moeten veel stappen genomen worden, waardoor naasten (en patiënt) al snel het overzicht kwijtraken. Ook is onduidelijk wat er gebeurt als de patiënt tijdens de aanvraagprocedure alsnog in een crisis terecht komt. Voor naasten zou het wenselijk zijn als zij tijdens dit proces één aanspreekpunt hebben die het overzicht houdt. Dat geldt temeer bij een melding via het gemeentelijk meldpunt waarbij naasten een doorzettingsmacht hebben. Vaak is onduidelijk waar zij hun bezwaar precies moeten indienen. Ook zijn gemeenten (nog) niet voldoende op de hoogte van de verplichting om naasten als anonieme melders toch de contactgegevens van het OM te geven als zij (anoniem) willen worden gehoord door de rechter.

Voorkomen gedwongen opname is niet altijd de beste oplossing

In de Wvggz hoeft gedwongen zorg niet in te houden dat ook gedwongen opname verplicht is. Dat klinkt mooi, maar komt ons inziens niet altijd ten goede aan de patiënt. Ook de belasting voor naasten is hierdoor toegenomen. Dit vraagt van de behandelaars dat zij nauw samenwerken met de naasten en hen actief ondersteunen.

Onvoldoende nazorg

Hierbij wordt te weinig rekening gehouden met de voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven na een periode van opname of verplichte zorg. Bij het beëindigen van een zorgmachtiging is de nazorg vaak niet goed geregeld. Vooral wanneer patiënt zelf niet veel wil (vaak samenhangend met ziektebeeld), lijkt men weinig moeite voor nazorg te doen. Ook een geschikte woonruimte is niet altijd voorhanden waardoor patiënt in de nachtopvang of bij de naasten thuis terechtkomt. Soms tegen de zin van de naasten.

Samenloop Wet zorg en dwang (Wzd) en Wet verplichte ggz

Zorginstellingen bieden over het algemeen óf zorg op basis van de Wzd óf zorg op basis van de Wvggz, afhankelijk van de stoornis of aandoening. Vaak is er echter sprake van multimorbiditeit. Dat betekent dat patiënten bij wie een bepaalde stoornis bovenliggend wordt, gedwongen kunnen worden om (tijdelijk) te verhuizen.

Onbekendheid met de wet

Het viel op dat medewerkers van ggz-zorgorganisaties, medewerkers van meldpunten bij gemeenten en medewerkers van rechtbanken onvoldoende op de hoogte waren van de nieuwe wetgeving. De familievertrouwenspersonen hebben aan naasten en medewerkers informatie en uitleg gegeven. Met name ook over de taken van de familievertrouwenspersonen in de wet.

Onbekendheid met de rol van de familievertrouwenspersoon

Door het kunnen melden bij gemeenten en het verkennend onderzoek wordt duidelijk dat naasten tijdens maar ook voor deze fase met veel vragen en onzekerheden worstelen en graag de ondersteuning van de familievertrouwenspersoon willen. De inzet van de familievertrouwenspersoon in de fase van het verkennend onderzoek is (nog) lang niet altijd in beeld bij de gemeente en de gemeentelijke meldpunten. De stichting heeft er op diverse manieren aan gewerkt om haar bekendheid bij meldpunten te vergroten. Onder meer door samen op te trekken met de VNG, door contact te zoeken met veiligheidsregio’s, en door gericht informatie over onze dienstverlening te verstrekken.